Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal: Mark Vos 9 187

Crash TK1951 voor Polderbaan

9 feb 2009 10:26 – 

Wat mij naderhand is bijgebleven is de bijna serene rust die er heerst. Van een afstandje lijkt het een stuk speelgoed, neergegooid en achtergelaten door een kind. Het is een beetje mistig en schrijnend koud, waardoor het geluid niet ver reikt en dof klinkt.

25 februari 2009 om 10:26 uur crasht Turkish Airlines-vlucht 1951 een paar honderd meter voor de Polderbaan. Op de NU-redactie komen direct de eerste meldingen van ooggetuigen binnen. Na de eerste chaotische minuten besluiten wij ook ter plekke te gaan. Dennis van Luling als schrijvende en bellende journalist en ik als fotograaf. De informatie over de exacte locatie is nog niet eenduidig, maar we rijden gewoon richting Schiphol, onderwijl door de redactie van updates voorzien. Op de snelweg vatten we het plan op om de hulpvoertuigen te volgen, dat gaat een tijd goed. Totdat we in de buurt van de rampplek komen. Politie, brandweer en ziekenwagens komen van alle kanten, uiteindelijk komen we door puur geluk en de fantastische rijkunsten van Van Luling alsnog bij de crashsite aan.

Daar in het veld ligt het vliegtuig in drie delen. Van een afstandje lijkt het een stuk speelgoed, neergegooid en achtergelaten door een kind. Hulpverleners, en masse uitgerukt, staan om het wrak heen. Maar er is weinig te doen voor zoveel mankracht. Wat mij naderhand is bijgebleven is de bijna serene rust die er heerst. Wij zijn erg vroeg ter plekke, maar de levende (gewonde) passagiers zijn reeds afgevoerd. Het is een beetje mistig en schrijnend koud, waardoor het geluid niet ver reikt en dof klinkt. Alsof je naar een sneeuwglobe kijkt. Dit is geen vliegramp zoals je die verwacht, geen schreeuwende slachtoffers, geen brokstukken over kilometers verspreid en geen verzengend vuur dat alles en iedereen in as legt. Aan de andere kant, wat is de geijkte vliegramp? ik had er nog nooit een meegemaakt. Het doet denken aan een grote oefening, maar die vergelijking wordt ruw door de realiteit ingehaald. De eerste bodybags worden naar buiten getild en afgevoerd door de tractor en platte wagen van de lokale boer.

Als fotograaf registreer je die gevoelens en overwegingen hier boven niet op dat moment zelf. Of laat ik voor mijzelf spreken, ik als fotograaf. Ik registreer slechts: totaal wrak (klik), bodybags uit het vliegtuig (klik), nietige brandweerman naast enorme losgelagen motor (klik) etc.
Je bent bezig met compositie, of de internetverbinding over de telefoon het gaat houden bij het doorsturen van foto’s. En waarom je stom, stom, stom die zoomlens thuis hebt laten liggen.
Het klinkt hard, koud en zonder compassie. Zo ben ik niet, maar zo reageer ik wel. Achter de lens lijkt het ook meer afstandelijk, misschien de extra hoeveelheid glas die je scheidt van de werkelijkheid.

Het eerste besef van wat je net hebt gefotografeerd of geschreven, in het geval van Dennis, komt pas in de auto op de terugweg. 'Dat was dus een vliegtuigcrash', ik antwoord terwijl ik door de foto's scan, 'Ik kan nog niet bevatten dat ik dit heb gefotografeerd'. Zwijgend rijden we terug, het is een van de eerste keren dat we ter plekke een reportage maken, laat staan van een vliegramp.

Bijdragen
Reacties