Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal: Ramona Deckers 10 36

Het verhaal van de smeerlap

22 feb 1826 – 19 sep 1903
/

Smeerlap. Een typische Amsterdamse uitspraak. Maar waar komen deze uitspraken toch vandaan? Waaraan ontleent zo’n uitspraak haar betekenis? Wij zeggen dat iemand een smeerlap is als diegene stiekem naar vrouwen gluurt of vieze dingen doet.

De smeerlap is ook wel gezien als: ellendeling, gluiperd, viezerik of gladakker. Het lemma ‘smeerlap’ uit het Woordenboek der Nederlandse Taal luidt: Smeerlap (znw. m. en vr. Uit: Smeren en Lap). 1. Lap waarmee men iets smeert of insmeert. — Lap met behulp waarvan men een koek pan of bakplaat met vet of olie insmeert. — In olie gedrenkte lap, die men onder de schaatsen van een slede bindt, om het glijden over de straatstenen te bevorderen. 2. In toepassing op mannelijke personen. a. Iemand die zichzelf of zijn omgeving smerig maakt of gemaakt heeft, iemand die zeer morsig werkt; zelden iemand die er haveloos en onooglijk uitziet. b. Iemand die smerige streken uithaalt, vooral op seksueel gebied; ook als scheldwoord zonder precieze bedoeling.

We reizen even terug naar halverwege de negentiende eeuw, toen ze nog paardentrams hadden. Ja, paardentrams! Men neme een kar, men spant er een paard voor, vervolgens trekt het paard de kar over de rails voort: een paardentram. Ook wel genoemd: de omnibus. De omnibus is een koets die wordt getrokken door één of meerdere paarden over een spoor onder leiding van een sleper. Deze omnibus kon toentertijd 12 tot 20 personen vervoeren. Echter was de eerste paardentram al gesignaleerd in New York in 1832. Bij ons in Amsterdam was de eerste paardentram officieel actief op 20 september 1839.

Voor een waterstad als Amsterdam is het belangrijk om van goede wegen te zijn voorzien. Er was een tijd dat al het vrachtverkeer te water plaatsvond, omdat de vele bruggen voertuigen op wielen uitsloten. Daarop volgde de paardentram, een rijtuigje getrokken door paarden. Er liep een sleper langs die het voertuig leidde. Het was nogal lastig om zo’n koets een brug over te krijgen en ook lichtelijk gevaarlijk om deze niet te snel van de brug af te laten glijden. Daarvoor had hij een middeltje: een vuile vette lap aan een touw – een smeerlap – bij droog weer kon hij zo de weg glad maken. Het duurde even voordat de omnibus echt een succes werd (rond 1872). Op 1 juni 1875 reed de eerste paardentram van het Leidscheplein naar Artis. De trajecten werden steeds meer uitgebreid over de stad. Vanaf die tijd heeft het paardentramverkeer nog een kwart eeuw geduurd, totdat de elektrische tram het langzaam had overgenomen.

De paardentram volgde een vast traject met vaste vertrektijden en tarieven. De routes werden met de hand op een kaart geschreven in verschillende kleuren. De eerste trajecten leidden naar de havens. Later werd dit traject uitgebreid richting het noorden. De omnibuskaart van de Amsterdamsche Omnibus Onderneming (A.O.O.) (een organisatie van een vijftal heren) voorzag al haar reizigers van informatie betreffende het lijnennet en de verordeningen.

De smeerlap kwam van pas zodra het droog weer was (alleen met sneeuw verliep het traject soepeltjes), waardoor het paard de kar niet meer kon trekken. De sleper smeerde de wielen in met de vette lap zodat de kar weer verder kon worden getrokken. De paardentram bedroeg ook een team van personeel (zie foto beneden). Deze foto is gemaakt voor de remise aan de Amstel. Mij is dit verhaal ten gehore gekomen tijdens een conflict met een goede vriend - de smeerlap! Bleek dat de betovergrootpa van deze smeerlap ooit zijn carrière was begonnen als sleper van de paardentram en was opgeklommen tot conducteur (de meneer met de snor helemaal links). Hij leefde van 22 februari 1826 tot 10 september 1903.

Bijdragen
Reacties